Foot­volk in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈfɔu̯tˌfɔlk/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Foot·volk
Niet gebruikt het pluralis n dat Foot­volk
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Foot + Volk