Peer­kö­tel in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈpɛːˑ͡ɐˌkøː·təl/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Peer·kö·tel
Pluralis: Peerkötels m de Peer­kö­tel
[1]
geavanceerde woordenschat

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Peerd + Kötel