Pog­g­üütsch in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈpɔɡˌyːtʃ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Pogg·üütsch
Pluralis: Poggüütschen f de Pog­g­üütsch
[1]
geavanceerde woordenschat
biologische species
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
[2]
geavanceerde woordenschat
biologische species
Nedersaksisch:
Nederlands:
pad
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Pogg + Üütsch