Je­sus Chris­tus in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈJɛː·zʊs ˈkɾɪs·tʊs/
frase/zelfstandig naamwoord
Afbreking: Je·sus Chris·tus
m Geen informatie over genus en pluralis beschikbaar.
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
is een eigennaam
Nedersaksisch:
Begrünner von dat Christendom
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Sett sik tohoop ut: Jesus + Christus