dat in het Nedersaksisch

[1]
basiswoordenschat
actief
Nedersaksisch:
neetraal Artikel
Engels:
the
Duits:
=
das
[2]
basiswoordenschat
actief
Nedersaksisch:
Artikel Dativ neetraal Eentall
[3]
basiswoordenschat
actief
Nedersaksisch:
Artikel Akkusativ neetraal Eentall