Will­ka­men in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /vɪlˈkɔːm̩/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Will·ka·men
Pluralis: Willkamens n dat Will­ka­men
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Begrötung
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Woord afleidt van: kamen