fa­ken in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈfɔːkn̩/
bijwoord
Afbreking: fa·ken
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
oft
Nederlands:
Engels:
Duits:
oft
Voorbeelden:

Etymologie:

Woord afleidt van: faak