Uitspraak in het Plat: /tɪmphɔu̯t/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Timp·hoot
Pluralis: Timp­hööt m de Timp­hoot
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Dreispitz Meer tonen

Etymologie:

Samengesteld woord gevormd door: Timp + Hoot