Ap­pel­steel in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈa·pəlˌstɛːl/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Ap·pel·steel
Pluralis: Appelstelen m de Ap­pel­steel
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Appel + Steel