Joh­ann­s­bloot in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈjɔu̯·ansˌblɔu̯t/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Joh·anns·bloot
Niet gebruikt het pluralis n dat Joh­ann­s­bloot
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Farvmiddel ut dat Jehannskruut
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Johann + Bloot