all­ge­meen in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈal·ɡɛˌmɛːn/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: all·ge·meen
allgemener allgemeenst
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: all + gemeen