Quabbaal in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈkvapˌɔːl/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Quabb·aal
Plural: Quabbaals m de Quabbaal
Beeld, dat de onderbeduiding illustreerd
HerrAdams, CC-BY-SA-3.0
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
Naam van en biologische species
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Sett sik tohoop ut: Quabb + Aal