Köpp­set­ter in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈkœpˌzɛ·tɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Köpp·set·ter
Pluralis: Köppsetters m de Köpp­set­ter
[1]
perifere woordenschat

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Kopp + setten + -er