Litt­maat in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈlɪtˌmɔːt/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Litt·maat
Pluralis: Littmaten n dat Litt­maat
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
lid
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Litt + Maat