för­en­an­ner in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈføːy̯ɾ·ɛːnˌa·nɐ/
bijwoord
Afbreking: för·en·an·ner
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: för + enanner