Oos­terbloom in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈɔu̯s·tɐˌblɔˑu̯m/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Oos·ter·bloom
Plural: Oos­terblo­men f de Oos­terbloom
Beeld, dat de onderbeduiding illustreerd
BerndH, CC-BY-SA-3.0
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
Naam van en biologische species
Nedersaksisch:
Duits:
Beeld, dat de onderbeduiding illustreerd
BerndH, CC-BY-SA-3.0
[2]
perifere woordenschat
actief
Naam van en biologische species
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Sett sik tohoop ut: ooster + Bloom