höhn­schen in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈhœɪ̯nʃn̩/
bijwoord
Afbreking: höhn·schen
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: höhnsch + -en