Swien­kraam in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈsviːnˌkɾɔːm/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Swien·kraam
m de Swien­kraam
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Swien + Kraam