Puust­back in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈpuːstˌbak/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Puust·back
Plural: Puust­ba­cken f de Puust­back
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: puusten + Back