dick in het Nedersaksisch

dicker dickst
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
dik
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
[2]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
zat
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
[3]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
dik
Duits:
Voorbeelden:
Wi weren dicke Frünn.
[5]
perifere woordenschat
Voorbeelden: