Op­permann in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈɔ·pɐˌman/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Op·per·mann
m de Op­permann
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Köster
Duits:

Etymologie:

Sett sik tohoop ut: Opper + Mann