Kun­trei in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈkʊn·tɾaɪ̯/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Kun·trei
Plural: Kun­trein
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Woord afleidt van: kun-