Hun­ne­kö­tel in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈhʊ·nəˌkøː·təl/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Hun·ne·kö·tel
Plural: Hun­ne­kö­tels m de Hun­ne­kö­tel
[1]
geavanceerde woordenschat

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Hund + Kötel