Wa­ter­rott in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈvɔː·tɐˌɾɔt/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Wa·ter·rott
Plural: Wa­ter­rot­ten f de Wa­ter­rott
[1]
perifere woordenschat
naam van en biologische species
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Water + Rott