deel­bor in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈdɛːlˌbɔː͡ɐ/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: deel·bor
geen trappen van vergelijking
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: delen + -bor