Dob­ber in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈdɔ·bɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Dob·ber
Pluralis: Dobbers m de Dob­ber
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Duits: