Stadt­muur in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈstatˌmuː͡ɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Stadt·muur
Plural: Stadt­muurn f de Stadt­muur
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Stadt + Muur