Lüt­ten Ko­ken in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈlʏtn̩ ˈkɔu̯kn̩/ 🔊︎
frase/zelfstandig naamwoord
Afbreking: Lüt·ten Ko·ken
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Koken + Koken