sünn­dag­sch in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈzʏnˌdaçʃ/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: sünn·dag·sch
geen trappen van vergelijking
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Woord afleidt van: Sünndag