Ach­ter­goorn in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈax·tɐˌɡɔː͡ɐn/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Ach·ter·goorn
Plural: Ach­ter­goorns m de Ach­ter­goorn
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Examples:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: achter + Goorn