Bruun­beer in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈbɾuːnˌbɛɪ̯ɾ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Bruun·beer
Niet gebruikt het pluralis n dat Bruun­beer
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: bruun + Beer