Fed­derveh­ in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈfɛ·dɐˌfɛː/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Fed·der·veh
n dat Fed­derveh­
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Sett sik tohoop ut: Fedder + Veh