Hop­pen­stang in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈhɔpm̩ˌstank/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Hop·pen·stang
Plural: Hop­pen­stan­gen f de Hop­pen­stang
Plural: Hop­pen­stan­gens f de Hop­pen­stang
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Hoppen + Stang