Le­cker­tung in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈlɛ·kɐˌtʊnk/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Le·cker·tung
Plural: Le­cker­tun­gen f de Le­cker­tung
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: lecker + Tung