Saag­spöön in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈzɔːˑçˌspœˑɪ̯n/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Saag·spöön
m de Saag­spöön
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: sagen + Spoon