op­en­an­ner in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ɔp·ɛːnˈa·nɐ/
bijwoord
Afbreking: op·en·an·ner
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: op + enanner