Veh­stall in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈfɛːˌstal/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Veh·stall
Plural: Veh­ställ m de Veh­stall
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Veh + Stall