Küb­ben in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈkʏbm̩/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Küb·ben
Plural: Küb­bens f de Küb­ben
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Woord afleidt van: -en