Heer­ohm in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈhɛː͡ɐ·ɔu̯m/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Heer·ohm
m de Heer­ohm
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Anreed för den Pastoor
Nederlands:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Heer + Ohm