Höh­ner­deef in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈhøːy̯·nɐˌdɛɪ̯f/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Höh·ner·deef
Plural: Höh­ner­deev m de Höh­ner­deef
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Hohn + Deef