Ramm­s­nees in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈɾamsˌnɛːˑz/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Ramms·nees
Plural: Ramm­s­ne­sen f de Ramm­s­nees
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Ramm + Nees