as in het Nedersaksisch

Identieke woorden ››› äs ❔︎
[1]
basiswoordenschat
Nedersaksisch:
Engels:
Duits:
als
Voorbeelden:
[2]
basiswoordenschat
Nedersaksisch:
Engels:
Duits:
als
Voorbeelden:
[3]
basiswoordenschat
Engels:
as
Duits:
wie
Voorbeelden:
[4]
basiswoordenschat
Nedersaksisch:
Engels:
as
Duits:
als