Spinn­webb in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈspɪnˌvɛp/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Spinn·webb
Plural: Spinn­web­ben n dat Spinn­webb
[1]
geavanceerde woordenschat

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Spinn + Webb