Vull­buur in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈfʊlˌbuː͡ɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Vull·buur
Pluralis: Vullbuurn m de Vull­buur
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: vull + Buur