Ka­neel in het Nedersaksisch

Uitspraak: /kaˈnɛːl/ 🔊︎
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Ka·neel
Niet gebruikt het pluralis m de Ka­neel
Beeld, dat de onderbeduiding illustreerd
Luc Viatour, CC-BY-SA-3.0
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Soort Krüderee
Engels:
Duits: