rings­üm in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈɾɪnɡsˌʏm/
bijwoord
Afbreking: rings·üm
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Examples:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Ring + üm