Wahn­stuuv in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈvɔːnˌstuːˑf/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Wahn·stuuv
Plural: Wahn­stu­ven f de Wahn­stuuv
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: wahnen + Stuuv