Go­ten­borg in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈɡɔu̯tn̩ˌbɔ͡ɐç/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Go·ten·borg
Niet gebruikt het pluralis f gebruikt zonder lidwoord
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Examples:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Goot + Borg