Hols­ter in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈhɔls·tɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Hols·ter
Plural: Hols­ters
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Woord afleidt van: -er