Bal­last­steed in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈbalˌlast·stɛːˑ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Bal·last·steed
Plural: Bal­last­ste­den f de Bal­last­steed
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Ballast + Steed